Toerisme in Spanje, ja natuurlijk!
Flamenco



  1. Algemeen
  2. Oorsprong
  3. De invloed uit de Nieuwe Wereld
  4. De opkomst van de Flamenco
  5. De gouden jaren
  6. De "Theatrale" periode
  7. Flamenco vandaag
  8. Palos
  9. Muziek
  10. Vormen van flamenco 
  11. Soorten zang
  12. Andere indelingen van de flamenco zang
  13. Baile (dans)
1. Algemeen

Flamenco is een muziek en dansstijl die afkomstig is uit verschillende regio's in zuidelijk Spanje. Naast zijn Roma oorsprong zijn er ook Spaanse, Byzantijnse, Sefardische en Moorse invloeden in de oorsprong van de flamenco.


Een standbeeld dat de populariteit van de flamenco aangeeft

Deze invloeden komen in de vijftiende eeuw bij elkaar op het einde van de Reconquista (herovering) maar de oorsprong van het woord flamenco is onduidelijk. Wat wel duidelijk is is dat het woord voor de achttiende eeuw niet voorkwam.

Een populair beeld van de flamenco is dat het de muziek van de Andalusische zigeuners is“gitanos” maar historisch gezien ligt de oorsprong van deze muziek in de “gewone” Andalusische maatschappij uit de tweede helft van de achttiende eeuw.

Andere regio's zoals Extremadura en Murcia hebben ook bijgedragen aan de ontwikkeling van de flamenco en veel beroemde flamenco artiesten zijn zelfs geboren buiten de traditionele zigeuner gemeenschap. Latijns Amerikaanse invloeden en dan vooral Cubaanse invloeden kunnen we ook terug vinden in de moderne flamenco.

Op 16 november 2010 heeft de Unesco de flamenco muziek op de lijst van het cultureel Werelderfgoed gezet.

George Borrow zei dat het woord “flemenc” synoniem is voor "zigeuner". Volgens Blas Infante in zijn boek “Orígenes de lo flamenco y secreto del cante jondo” komt het woord van het Andalusisch Moorse woord “fellah mengu” wat “ontsnapte boer” betekende.

Andere veronderstellingen zijn: Vlaming, een inwoner van Vlaanderen en flamingo. Spanje heeft lang geregeerd over Vlaanderen en koning Carlos I bracht zelfs een gans Vlaams hof naar Madrid. De "flamingo" zou een verband suggereren tussen de kleurrijke vogel en de kleurrijke kledij van de zigeuners.

2. Oorsprong

De mediterrane invloed in de streek gaat terug tot in de klassieke oudheid maar het is onmogelijk vast te stellen wat de invloed is in de flamenco. Het is zeer waarschijnlijk dat de honderden jaren Moorse bezetting hun invloed in de muziek hebben gebracht. In die periode werd de Moorse en de Joodse muziek dikwijls gehoord en er zijn zeker invloeden terug te vinden in de Spaanse muziek.

Maar er zijn ook West-Europese invloeden in de flamenco terug te vinden, het gebruik van de gitaar en de structuur van de muziek zelf wijzen hierop. De middeleeuwse katholieke kerkmuziek, die men ook wel onterecht Mozarabische koorzang noemde kan ook aanzien worden als een invloed op de flamenco.

3. De invloed uit de Nieuwe Wereld

Tijdens de drie eeuwen (vier in Cuba) van Spaanse kolonisatie in Amerika pikten de Spanjaarden een aantal invloeden op die hun eigen Spaanse muziek en dans zouden beïnvloeden. Het lijkt er op dat de fandango een aantal danspassen heeft opgepikt die ongepast geacht werden voor Europeanen.

Dansen zoals de fandango, de chacon en de zarabanda werden uiteindelijk allemaal verboden in Europa. Verwijzingen naar Gitano dansers kunnen gevonden worden in sommige van de teksten zoals bij de chacon. Gitano dansers worden dikwijls genoemd in de Spaanse literatuur en muziekwerken vanaf de zestiende eeuw. Alhoewel, de zarabandas en de jácaras zijn de oudste geschreven muziek vormen in Spanje die de 12 maat gebruiken.

De soleá en de Seguidilla zijn variaties op de vorige ritmes, zij startten de maat in een verschillend ritme. Als dit gebruikt wordt dan heeft men een dramatische impact.

4. De opkomst van de Flamenco

De vroege onderzoekers van de flamenco waren in feite amateurs en zij hadden weinig historische bronnen ter hunner beschikking, zij hadden enkel het werk van de antropoloog Demófilo en beschrijvingen van buitenlandse reizigers.

In de jaren 1980 begon men de flamenco in conservatoriums te bestuderen en professionele musicologen en historici zoals Rios Ruiz en Álvarez Caballero begonnen met hun onderzoek.

De eerste vermelding van de flamenco in de literatuur was in 1774 in het boek Cartas Marruecas van José Cadalso. Eerdere onderzoekers zoals Molina en Mairena, noemden de periode 1780–1850 "De Gesloten Periode", de flamenco werd toen in het geheim gedanst in de woningen van de Gitanos in de buurt van Sevilla en Cádiz.

Álvarez Caballero trekt deze theorie in twijfel, volgens hem is het niet bestaan van teksten of vermeldingen van de flamenco het bewijs dat de flamenco gewoon niet bestond.

José Blas Vega denkt ook dat er nooit een "gesloten periode" is geweest door het totale gebrek aan bewijs ervan.

Vandaag weten we dat er honderden en honderden gegevens zijn die ons toelaten om in detail te weten wat er met de flamenco gebeurde tussen 1760 en 1860. Het gebruik van de sainetes (eenakters) en tonadillas 8satirische liedjes) in het theater, de populaire liedjesboeken en zangbladen, de vermeldingen en de beschrijvingen van reizigers die de muziek en dans beschreven, de partituren, de dagbladen, de grafische elementen in schilderijen en etsen gaven aan dat er een constante evolutie gebeurde tussen het ritme, de teksten en de sfeer.

Er was nog een verschil van mening of er in de vroege flamenco gebruik gemaakt werd van muziekinstrumenten. De vroege onderzoekers beweerden dat de vroege flamenco niet begeleid was en dat het enkel Roma zang (cante) was.

Later werd de zang begeleid door de flamenco gitaar (toque), ritmisch handgeklap (palmas), ritmisch voeten gestamp (zapateado) en dans (baile).

Andere onderzoekers zeggen dan weer dat sommige zang niet begeleid (a palo seco) was maar het is waarschijnlijk dat als er instrumenten beschikbaar waren dat men ze ook gebruikte.

De negentiende eewse schrijver, Estébanez Calderón, beschreef een flamenco feest als zang die begeleid werd door gitaren maar ook met de bandurria (mandoline) en de tamboerijn.

5. De gouden jaren

Tijdens de gouden jaren van de flamenco, tussen 1869–1910, evolueerde de flamenco snel in de zo gezegde “cafés cantantes”, een nieuw type van openbare betalende optredens. Dansers werden een publiekstrekker.



Gitaristen die de dansers begeleiden kregen ook een reputatie en de flamenco gitaar als kunstvorm was geboren. Silverio Franconetti, een zeeman van Italiaanse afkomst, was de eerste die alle palos aankon en die zich niet specialiseerde in een specifieke vorm die toen de gewoonte was.

Hij opende zijn eigen “café cantante” waar hijzelf zong en andere artiesten uitnodigde om er op te treden. Later kwamen er meer en meer van dergelijke zaken in Andalusië en in gans Spanje.

Volgens een aantal onderzoekers zoals Demófilo luidde dit de commerciële neergang van de flamenco in. Een traditioneel flamenco feest was klein (minder dan 20 mensen) en niet geregeld. Er was geen begin- en einduur en men moest wachten en zien of de artiesten wel langs kwamen en op welk uur ze zouden optreden.

Het contrast met een café cantante kon niet groter zijn. Hier traden de artiesten op op een afgesproken uur en ze kregen er een contract aangeboden. Voor sommigen was dit allemaal plat commercialisme maar voor anderen stimuleerde dit systeem juist de artistieke vrijheid en de technische vaardigheden.

In feite, de meeste flamenco stukken die nu als “traditioneel" bekend staan werden in die periode van de “café cantantes” gemaakt door artiesten zoals El Loco Mateo, El Nitri, Rojo el Alpargatero, Enrique el Mellizo, Paquirri El Guanté, of La Serneta.

Tijdens de negentiende eeuw, op het hoogtepunt van de Romantische Beweging bereikte de “romantische” flamenco de Europese middenklasse. Componisten uit gans Europa maakten muziekstukken waarvan zij dachten dat het flamenco invloeden hadden en dat was onlosmakelijk verbonden met de Gitanos.

Naar een flamenco optreden gaan werd als een essentieel onderdeel beschouwd bij een bezoek aan Spanje, ook in gebieden buiten Andalusië die normaal een totaal andere muzikale traditie hadden.

In 1922 organiseerde een van Spanje's grootste en beroemdste schrijvers, Federico García Lorca, samen met de componist Manuel de Falla het Concurso de Cante Jondo. Dat was een festival voor cante jondo ("diepe zang") en het moest de niet commerciële vormen van flamenco bekender maken. Het initiatief maakte geen verschil.

6. De "Theatrale" periode

De periode na het Concurso de Cante Jondo in 1922 is beter bekend als Etapa teatral (Theatrale periode) of de Ópera flamenca periode. Deze periode kreeg deze naam omdat de impresario Vedrines zijn shows opera's noemde. Hierdoor moest hij lagere belastingen betalen omdat deze belastingen voor de grote cultuur lager lagen.

De cafés cantante werden langzaam aan vervangen door grotere zalen zoals theaters en zelfs arena's van het stierengevecht. Flamenco werd immens populair maar in de ogen van puristen werd de muziek ook over gecommercialiseerd. In de nieuwe shows werd de flamenco gemengd met andere genres en werden er ook zogenaamde pittoreske taferelen opgevoerd door Gitanos en Andalusiërs.

De meest gebruikte flamenco ritmes (palos) in deze periode waren de persoonlijke fandango, de liedjes van de rondtrekkende personen “cantes de ida y vuelta” en liedjes in de buleria stijl.

Persoonlijke fandango's waren gebaseerd op de traditionele muziek uit Huelva aangevuld met vrije ritmes (cante libre) en met een nadruk op virtuoze variaties. De liederen (Canción por bulerías) werden aangepast aan het ritme van de bulería.

Deze periode zag ook het begin van een nieuw genre dat men ook copla andaluza (Andalusisch couplet) of canción española (Spaans lied) noemde,. Het was een ballade waarin men zarzuela, Andalusische folk en flamenco vermengde en die meestal met orkestbegeleiding was.

De belangrijkste artiest in deze tijd was Pepe Marchena, hij zong met een zoete falset stem die deed denken aan belcanto. Een ganse generatie zangers was door hem beïnvloed en sommige zoals Pepe Pinto of Juan Valderrama bereikten een zeer grote populariteit.

Veel zangers die voorheen in de café cantante zongen geraakten in de vergetelheid maar anderen zoals Tomás Pavón en Aurelio Sellé vonden nog werk op private feestjes. De rest ging over naar de nieuwe populaire stijl en zij namen deel aan de shows maar zij probeerden nog enkele van de oude stijlen te bewaren. Enkele van deze artiesten waren La Niña de los Peines, Manolo Caracol, Manuel Vallejo en El Carbonerillo.

Traditionalisten zoals Álvarez Caballero beweerden dat de opera flamenca een "dictatuur” werd waarin de niet authentieke dansen de oude dansen bijna hadden laten verdwijnen.

Andere critici zijn het hiermee niet eens, grote figuren van de traditionele zang zoals La Niña de los Peines of Manolo Caracol hadden groot success en palos zoals siguiriyas en soleá werden nooit volledig verlaten, zelfs niet door de meest typische zangers van de ópera flamenca zoals Marchena en Valderrama.

7. Flamenco vandaag

Traditionele flamenco artiesten kregen nooit een formele training, zij leerden door luisteren en het kijken naar familie, vrienden en buren. Sommige artiesten leerden het zichzelf maar vandaag de dag is het meer de gewoonte dat de dansers, gitaristen en zangers een professionele training krijgen.

Sommige gitaristen kunnen zelfs muziek lezen en zij bestudeerden andere muziekstijlen zoals de klassieke gitaar en de jazz. Veel dansers volgen een opleiding in vrije dans en ballet.

Flamenco kan men vinden op drie verschillende plaatsen, eerst is er de traditionele juerga, in een klein cabaret en in het theater. De “juerga” is een informele, spontane gitano samenkomst zoals in de jazz muziek, een "jam session". Dit kan met dansen, zang, palmas (handgeklap). Flamenco, in deze context, is organisch en dynamisch en het past zich aan aan het lokale talent, aan het beschikbare instrumentarium en de aard van het publiek. De flamenco in deze vorm doet denken aan een andere muziekvorm, de blues.  Een traditie blijft steeds behouden, de cantaores(zangers) zijn het hart en de ziel van het optreden.

Een “Peña Flamenca” is een ontmoetingsplaats van flamenco muzikanten en artiesten. Er zijn ook nog de "tablaos", plaatsen die in de jaren 1960 doorheen Spanje de "café cantante" vervingen. Deze lokalen hadden voor elke show hun eigen groep met artiesten. Veel internationaal bekende artiesten zoals de bekende zanger Miguel Poveda begonnen hun carrière in een "tablaos flamenco".

Een professioneel concert is meer formeel. Een traditioneel zang optreden heeft enkel een zanger en een gitaar maar een dansoptreden heeft twee of drie gitaren, een of twee zangers (die om beurt zingen, een flamenco zanger zingt altijd solo) en een of meer dansers. Een van de zangers mag de cajon bespelen, indien er geen cajon speler is kunnen alle spelers in de handen klappen.

De zogenoemde Nuevo Flamenco Nieuwe flamenco gebruikt fluiten, saxofoons, piano's en zelfs basgitaren en elektrische gitaren. Camarón de la Isla was een van de eerste artiesten die deze instrumenten ging gebruiken.

Tenslotte is er de theatrale presentatie van de flamenco, die flamenco techniek en muziek gebruikt, maar met haar presentatie dichter bij een balletvoorstelling staat.

8. Palos

De gebruikte stijlen binnen de flamenco muziek noemt men palos. Liederen zijn ingedeeld in palos en daarvoor gebruikt men criteria zoals het basis ritme, mode, de vooruitgang van de akkoorden, de vorm van de strofes en de geografische oorsprong.

In de flamenco muziek zijn er meer dan vijftig verschillende palos alhoewel sommige hiervan zelden worden gebruikt.

Er zijn tradities verbonden met elke palo. Sommige worden onbegeleid gezongen en bij een andere gebruikt men als begeleiding een gitaar. Sommige palos worden gedanst en andere niet. Sommige zijn voorbehouden voor mannen en andere zijn dan weer geschikt voor vrouwen. In deze moderne tijd vallen enkele tradities stilletjes aan weg. Zo wordt de Farruca nu ook door vrouwen gedanst.

Palos zijn traditioneel ingedeeld in drie groepen. De meest ernstige palos zijn de “cante jondo” of cante grande, terwijl een lichtere, frivolere vorm de naam kreeg van “cante chico”. Muziek die niet in een van de twee vorige vormen past noemt men “cante intermedio”.

9. Muziek

  • Harmonie: In moderne westerse muziek is het gewoonlijk alleen de majeur en de mineur toonladder die door componisten gebruikt worden maar in de flamenco kennen wij ook nog de Dorische en de Frygische toonladder.De experten in de flamenco muziek Hipólito Rossy en Manolo Sanlúcar zien de flamenco toonladder als een direct gevolg van de Griekse Dorische toonladder. Zij komen tot deze conclusie omdat in oude Griekse muziek de melodie in dalende lijn gaat en dit kan men ook horen in de flamenco.
  • De maat: Compás is het Spaanse woord voor “maat” en de maatsoort in de klassieke muziek theorie. Het verwijst ook naar de ritmische cyclus.De maat “compás” is fundamenteel in de flamenco want zonder deze maat is er geen flamenco.Compás wordt meestal vertaald door ritme maar het vraagt veel meer in de interpretatie dan bij andere westerse muziek. Als er geen gitarist beschikbaar is dan wordt het ritme aangegeven door handgeklap (palmas) of door met de knokkels op het tafelblad het ritme aan te geven.
10. Vormen van flamenco

A. Toque (gitaar)

Een flamenco gitaar is een gitaar die lijkt op een klassieke gitaar. De Andalusische gitaarbouwers maken instrumenten in een breed scala aan prijzen en die prijzen zijn afhankelijk van de gebruikte materialen en de aangebrachte versieringen.



De goedkoopste gitaren zijn eenvoudige gitaren die gemaakt zijn van de plaatselijke houtsoorten zoals cipres, de duurdere gitaren zijn gemaakt van palissander hout. Antonio de Torres, een van de beroemdste gitaarbouwers maakte geen verschil tussen de klassieke en de flamenco gitaar. Men begon met  een verschil te maken nadat Andres Segovia en anderen de klassieke gitaarmuziek populair hadden gemaakt.

B. De bouw

De traditionele flamenco gitaar is gemaakt van Spaanse cipres, plataan of palissander hout voor de achter en de zijkant en men gebruikt spar voor de voorkant. Dit hout, cipres en palissander, is kenmerkend voor de klankkleur. Flamenco gitaren zijn lichter in gewicht dan de klassieke gitaar die een helderder en meer percussief geluid produceert.

Bouwers verkrijgen dit lichtere gewicht door een vermindering van het aantal interne steunpunten en het dunnere hout van de gitaar. De top is gemaakt uit spar of ceder alhoewel vandaag de dag ook andere houtsoorten gebruikt worden.

Het volume is traditioneel zeer belangrijk voor de flamenco gitaristen omdat men hen nog moet horen boven het geluid van de dansers met hun typische schoenen. Om het volume te verhogen kunnen er hardere houtsoorten gebruikt worden zoals palisander.

Anders dan bij de klassieke gitaar heeft de flamenco gitaar dikwijls een plaatje of een (golpeador). Dit plaatje is gemaakt uit doorzichtig plastiek en de functie van dit plaatje is dat het de gitaar moet beschermen tegen de vingeraanslagen. Bij een flamenco gitaar moet dit plaatje regelmatig vervangen worden.

Origineel werden alle gitaren gemaakt met houten stem pennen en zij waren vergelijkbaar met die die gebruikt werden in een oud, een viool of een luit. Vandaag gebruikt men bij de moderne gitaren een stemmechanisme. Flamenco gitaar sipelers en bouwers blijven de houten pennen wel gebruiken.

De “action” of de hoogte van de snaren boven de toetsen is in het algemeen lager bij een flamenco gitaar dan bij een klassieke gitaar. Deze lagere hoogte maakt het gemakkelijker om snel te spelen en het verminderd de vermoeidheid van de linker hand tijdens lange optredens.

C. Geluid

Een goed gemaakte flamenco gitaar reageert snel en zij heeft minder steun dan de klassieke gitaar. Het geluid van de flamenco gitaar wordt meestal beschreven als percussief maar zij heeft de neiging om helderder, droger en soberder te klinken dan een klassieke gitaar.

Tomatito

Sommige jazz muzikanten geven ook de voorkeur aan een flamenco gitaar en men heeft ontdekt dat deze gitaren ook gebruikt kunnen worden bij de vertolking van renaissance en barok muziek.

D. Technieken

De flamenco gitaar wordt ietwat anders bespeeld dan de klassieke gitaar. De speler heeft een andere positie en hij gebruikt andere technieken. Flamenco gitaristen zijn bekend als “tocaores” (van het Andalusische “tocadores” = spelers).

Waar een klassieke gitarist de gitaar steunt op het linker been en de gitaar in een schuine stand houd zal de flamenco gitarist zijn benen kruisen en de gitaar wordt ondersteund op het bovenste been. Zij houden hun gitaar evenwijdig met de vloer. Deze verschillende posities brengen verschillende technieken met zich mee.

Naast de technieken die we bij de klassieke gitaar vinden zijn er nog een aantal technieken die bij de flamenco gebruikt worden:
  • Golpe: het tikken met de vingers op de klankkast van de gitaar en dat gebeurt juist boven of onder de snaren. Dit vereist een “golpeador”, een beschermplaatje om de gitaar te beschermen.
  • Picado: Het afwisselend met de wijs en de middelvinger spelen waarbij de andere vingers op de snaar boven de aangeslagen snaar staan.
  • Rasgueado: pingelen met de vingers van de rechter hand die uitgevoerd worden in een grote verscheidenheid.
  • Alzapúa: een duim techniek die zijn wortels heeft in de oude plectrum techniek. De duim van de rechter hand wordt gebruikt voor het tokkelen op een aantal snaren.
  • Tremolo: snelle herhaling van een enkele noot, vaak na een basnoot.
Met de flamenco gitaar gebruikt men een breed scala van percussieve en ritmische technieken die de muziek zijn karakteristiek geluid geven. Meer in het algemeen kan men spreken van:
  • Toque airoso ("elegant"): levendig, ritmisch met een bijna metaalachtig geluid
  • Toque gitano o flamenco ("zigeuner" of "flamenco"): diep en zeer expressief
  • Toque pastueño (de term komt uit het stierengevecht en is een beschrijving voor een rustige onverschrokken stier): traag en vredig
  • Toque sobrio ("sober"): zonder franjes
  • Toque virtuoso: met een uitzonderlijke beheersing van de techniek van het gitaarspel
  • Toque corto ("kort"): maakt enkel gebruik van de basistechnieken
  • Toque frío ("koud"): het omgekeerde van de “gitano or flamenco”, weinig uitddrukking
E. Cante (zang)

De “cante flamenco” flamenco zang is een van de drie basis elementen van de flamenco naast het gitaarspel en de dans. Omdat de danser tijdens een optreden in het middelpunt staat denken buitenlanders vaak dat de dans het belangrijkste onderdeel van de flamenco is maar dat is het niet. Het belangrijkste onderdeel van de flamenco is de zang.



De cante flamenco is een deel van de muzikale traditie uit de zuidelijke regio Andalusië. Zoals met veel volksmuziek het geval is is de herkomst onzeker. Men kan wel een aantal invloeden onderscheiden zoals de Perzische Zyriab zang, de klassieke Andalusische zang van tijdens de Moorse overheersing, de Joodse zang uit de synagoge, de Mozarabicsche zangvorm, de Arabische zayal (welke de basis is voor de Fandango) en de Andalusische volksmuziek  Naast al deze vormen zijn er dan nog invloeden uit West-Afrika en Zuid-Amerika.



Veel van de eerste flamenco liederen waren eerder donker en diepzinnig van aard en ze waren dikwijls verbonden aan een bloedige gebeurtenis, aan een gewelddadige dood, aan verraad, ziekte en verlies. Het was ook een uitdrukking van een bezet Andalusisch volk door de Moren.

Camaron de la Isla

11. Soorten zang

Er zijn veel variaties van zang mogelijk (palos)  en allemaal drukken zij een unieke emotie uit.   De flamenco zang kan vandaag ingedeeld worden in drie grote categorieën: cante grande, cante intermedio enr cante chico.

Cante Grande (ook bekend als cante jondo)
De betekenis hiervan is diepzinnig en diep. Deze intense droevige vorm van zingen gaat vooral over de dood, angst, wanhoop en religieuze sentimenten en het is een zang zonder begeleiding van een gitaar.
Cante Intermedio
Dit is een zang die in het midden staat tussen cante grande en cante chico. De muziek is levendiger dan bij de cante grande.
Cante Chico
Dit is het “kleine lied” en hier zingt men over lichtere onderwerpen zoals de liefde, humor en geluk. Deze zang gebeurt met de begeleiding van een gitaar.

12. Andere indelingen van de flamenco zang

Cante Flamenco Gitano
Cante gitano of het zigeuner lied gaat terug naar de originele liedjes die gezongen werden door de zigeuners toen zij in de vijftiende eeuw in Spanje aankwamen Hier vinden we de tona, soleá, seguiriya, tango en buleria in terug.
Cante Flamenco Andaluz
Cante andaluz begon zich te verspreiden in het midden van de negentiende eeuw. Het is een combinatie van de andere vormen met Andalusische volksmuziek. In de cante andaluz vinden we vooral de fandango en de cantinas.
Cantes Folkloricos Aflamencados
Volgens de puristen maken de stijlen die gebruikt worden in de cantes folkloricos aflamencados geen deel uit van de flamenco muziek. Voorbeelden van deze muziek zijn sevillanas, farruca, garrotin en de Cubaanse Rumba.

13. Baile (dans)

De flamenco dans staat bekend voor zijn emotionele intensiteit, fiere houding, expressief gebruik van de armen en het stampen van de voeten. Tijdens de jaren zijn er verschillende vormen van de dans ontwikkeld.


 
In zijn meest authentieke vorm werd hij in Spanje gedanst op zigeunerhuwelijken en andere feesten. Er is minder virtuositeit in de gitano flamenco maar de muziek en de passen zijn fundamenteel gelijk. De armen worden merkbaar anders gehouden dan bij de klassieke flamenco , zij draaien meer rond het hoofd en het lichaam.

"Flamenco puro" wordt beschouwd als de flamenco die het dichtst bij zijn zigeuner oorsprong staat. In deze stijl wordt er alleen solo gedanst en is hij meer geïmproviseerd. Sommige puristen fronsen de wenkbrauwen bij het gebruik van de castagnetten maar men kan deze al zien op afbeeldingen van voor de twintigste eeuw.

Het soort van dans dat de meeste Europeanen flamenco noemen is een commerciële vorm die speciaal voor de toeristen ontwikkeld is. Om er afwisseling in te brengen werden er nieuwe dansen gemaakt. De volumineuze jurken die men hierbij draagt zijn een afleiding van de jurken die men kan zien op de jaarlijkse “Feria” in Sevilla. De originele jurken zijn denkelijk te nauw aansluitend op er in te kunnen dansen.

"Classical flamenco" is de stijl die vandaag gebruikt wordt in de Spaanse flamenco dansgezelschappen. Hij wordt gekenmerkt door een trotse rechte houding waarbij de vrouwen hun rug kaarsrecht houden. Anders dan bij de gitano flamenco is er hier weinig beweging van de heupen en de armen worden hier meer gehouden zoals in het ballet. Veel van deze dansers beoefenen beide stijlen, zowel ballet as flamenco.

De moderne flamenco is een zeer technische dans die jaren van training vergt. De nadruk ligt op, zowel voor de mannelijke als de vrouwelijke dansers, op een zeer snel voetwerk dat uitgevoerd met een absolute precessie. De dansers kunnen gebruik maken van castagnetten, sjaals en waaiers.

"Flamenco nuevo" is een nieuwe vorm van flamenco die gekenmerkt is door een verandering in de gedragen kledij, mannen dansen in ontbloot bovenlijf en vrouwen dragen gewone jurken. Castagnetten, sjaals en waaiers worden zelden of nooit gebruikt.

In de traditionele flamenco worden jonge dansers beschouwd als niet volwassen genoeg om de “ziel” van de flamenco te vertolken. Anders dan in andere dansvormen waar dansers zo vroeg mogelijk met de dans beginnen, om gebruik te kunnen maken van hun jeugdige kracht, bereiken flamenco dansers hun hoogtepunt nog niet in hun dertiger jaren maar komt dit hoogtepunt eerst in hun vijftiger jaren.